Willibrord

3 november 2019

Hoogfeest van St. Willibrord, patroon van de parochie
3 november 2019
Lucas 19,1-10

Het verhaal van Zacheüs is als een soort tijdscapsule. Wij kunnen met dezelfde woorden terug in de tijd, naar bijna 2000 jaar geleden, toen Lucas het verhaal noteerde of naar rond 700 in de kloosters in Engeland en Ierland waar Willibrord opgroeide, of op het vasteland waar hij zijn missioneringswerk begon. We kunnen ook terug naar het jaar 1069 toen hier in Deurne voor het eerst melding gemaakt werd van een kerk, of naar rond het jaar 1800 toen pastoor Swinkels de kerk weer terug kreeg na 150 jaar protestants gebruik. Ongetwijfeld werd hier talloze maken het verhaal van Zacheüs gelezen.
De meest opmerkelijke ontdekking bij het voorbereiden van de viering van 950 jaar kerk in Deurne, afgelopen mei, was dat Willibrord, de naamgever van onze kerk en parochie, ongeveer de eerste 600 van die 950 jaar nergens genoemd wordt. Historicus Ton Spamer maakte ons erop attent dat Willibrord pas in de 17e eeuw genoemd wordt als patroonheilige van de kerk met een eigen beeld. De rekeningen van de kerkmeesters, die teruggaan tot de 14e eeuw vermelden hem niet als zij de talloze altaren en hun heiligen noemen. Het huidige hoogaltaar is uit 1885 en kreeg pas in 1901 een fraaie altaaropstand met twee scenes uit het leven van Willibrord. Een relikwie van Willibrord, die zich in het huidige altaar bevindt, is tussen 1888 en 1891 naar Deurne gestuurd vanuit de Vlaamse St.-Sixtusabdij in Westvleteren, dezelfde abdij die in onze tijd vooral bekend is door hun prijswinnende exclusieve Trappistenbier.

Bier past overigens goed bij Willibrord. Het beeld dat links van de gedachteniswand hangt, beeldt Willibrord af met een biervat. Een van de verhalen over hem is dat hij op een keer bij een herberg kwam waar het bier op was. Willibrord klopte met zijn staf op het vat en het stroomde over van het smakelijke gouden vocht. Dit beeld dateert uit de 18e eeuw, maar komt oorspronkelijk niet hier uit de kerk. Het is door pastoor Roes in Kessel gekocht om er de Walsbergse kerk mee te verfraaien.

De oudste aanwezige afbeelding van Willibrord, voor deze kerk gemaakt, staat op de prachtige stralenmonstrans, gemaakt tussen 1815 en 1820, waarschijnlijk door pastoor Swinkels aangeschaft toen er door de vrijheid van godsdienst en de scheiding van kerk en staat een opleving kwam van het katholieke geloof, die uitmondde in het “Rijke Roomsche leven” van begin 20e eeuw.

Iemand als Willibrord past perfect bij zo’n geloofsrevival. Hij is de brenger van het geloof in ons land, hoewel je vragen kunt stellen over de manier waarop dit in zijn tijd gebeurde. Je kunt net zoveel vragen stellen over dat Rijke Roomsche leven. Was het wel zo rijk? Was het niet vooral een uiterlijke presentatie van het geloof en minder een verinnerlijking van de blijde boodschap van Jezus, zoals in verhalen als dat over Zacheüs prachtig tot uiting komt?

De armoede, onhandigheid, sprakeloosheid die wij vandaag de dag ervaren bij het verwoorden en vieren van ons geloof komt o.a. daaruit voort. Het is schrijnend dat zoveel kerken moeten sluiten, dat zo weinig mensen het brede aanbod van parochies op zoveel levensgebieden nog weten te vinden en te waarderen, terwijl er wel veel vraag is naar zin en bezinning.

Wellicht moeten we in de zoektocht die wij doormaken naar een herwaardering van het christelijke erfgoed, weer terug naar die persoon van Willibrord. En dan niet naar Willibrord als de grote, rondtrekkende bisschop, maar als de jonge, bescheiden pater bij wie in Ierland in het klooster de wens groeide om op pelgrimstocht te gaan, ‘peregrinatio’: rondtrekken, geraakt door het leven en de daden van Jezus om de liefde voor God uit te stralen.

Misschien heeft dat verhaal van Zacheüs hem wel getroffen. De verrassende en eigenlijk heel eenvoudige ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs is een prachtig beeld van christelijke naastenliefde, van hoe wij met elkaar kunnen omgaan. Jezus nagelt hem niet aan de schandpaal zoals wij steeds meer geneigd zijn op Twitter of Facebook. Nee, hij roept hem bij naam en gaat naar hem toe. Dat is het voorbeeld waaraan wij ons kunnen spiegelen: de ander – wie of hoe die ook is – echt zien, aankijken, bij z’n naam noemen en tijd en aandacht voor hem of haar maken. Daar ligt de basis van samen leven, van parochie zijn, van alle vrijwilligerswerk in en buiten de parochie. Het is de kostbare missie die wij als kerk, als parochie, als christenen, als mensen hebben en mogen uitstralen.

De tijdcapsule met het verhaal van de ontmoeting tussen Zacheüs en Jezus en zoveel andere prachtige verhalen ligt klaar. We hoeven alleen maar in te stappen en met hen op weg te gaan.

 

PJ