Zonnebank

22 september 2019

Jaar C, 25e zondag door het jaar, 22 september 2019
Amos 8, 4-7, 1 Timoteüs 2, 1-8 en Lucas 16, 1-13

“Heeft u een zonnebank in de kerk?” vroeg het meisje. We hadden net een serieus gesprek gehad. Zij was met een jongen weggelopen uit het tehuis. Ze hadden iets weggehaald uit de kerk. En nu kwamen ze hun excuses aanbieden. Hoewel dat niet helemaal vrijwillig was, had ik de indruk dat ze het wel meenden. Ze hadden niet beseft dat wat in een kerk staat niet zomaar dingen zijn, maar voorwerpen met een betekenis, met een emotionele waarde. Dat zullen zij zich voortaan wel realiseren als ze er ooit binnengaan.

Van de leiding mochten we een straf geven. Dat hebben we niet gedaan. Die jongelui hebben ongetwijfeld al heel wat meegemaakt in hun jonge leven. En als er iets bij een kerk hoort, dan is het wel vergeving. Je mag fouten maken, zoals die rentmeester, maar als je spijt hebt en de intentie om het goed te maken, dan mag je ook een nieuwe kans krijgen.

“Heeft u een zonnebank in de kerk?” vroeg het meisje, toen we het gesprek afgerond hadden. Ik had haar niet goed verstaan. “Een zon-den-bank,” herhaalde ze. Een biechtstoel bedoelde ze. Die hebben we niet, niet meer – en als hij nog in een kerk is, wordt hij meestal als extra bergruimte gebruikt. Maar een gesprek van mens tot mens, van mens tot God, kan altijd en overal. Ze was nieuwsgierig hoe dat gaat: biechten, het sacrament van boete en verzoening. Eigenlijk zoals ze net had gedaan: vertellen wat je verkeerd hebt gedaan, wat je dwars zit, spijt betuigen en vergeving ontvangen van God.

“Maar is er wel een God?” vroeg ze. Ik moest denken aan wat iemand daarover ooit zei: “Of God bestaat? ik weet het niet zeker, maar ik geloof van wel.” Paus Franciscus zei ooit in een interview:

“Ik heb slechts één dogmatische zekerheid: en dat is dat God aanwezig is in het leven van elke persoon. God is present in het leven van iedereen. Ook als het leven van een persoon een puinhoop is, als het verwoest is door ontucht, door drugs, of door om het even welke reden, dan is God toch aanwezig in zijn leven. Men kan en men moet Hem vinden in elk menselijk leven. Ook als het leven van een persoon overwoekerd wordt door onkruid en doornen, dan nog is er steeds ruimte waar het goede zaad kan ontkiemen. Je moet op God vertrouwen.”

Die woorden spreken mij bijzonder aan. Ze getuigen van een enorme pastorale bewogenheid, waarbij elke mens zichzelf mag zijn en zichzelf mag worden. Vertrouwen en vergeving kunnen en mogen zaadjes zijn met grote kiemkracht. Vertrouwen in mensen, vertrouwen in God, vergeving naar elkaar, vergeving door God. Ze zijn een basis voor elke relatie, een huwelijk of vriendschap, elke ontmoeting.

Een zondenbank hebben we niet meer in de kerk. Misschien maar goed ook, omdat daaraan voor veel mensen zoveel negatieve herinneringen aan vast zitten. Een zonnebank hebben we ook niet. Maar wat we wel hebben is licht: licht dat door de ramen naar binnen straalt, elk moment weer anders; licht van zoveel kaarsen die branden; licht dat verwijst naar opstanding en leven; licht van vergeving; licht van vertrouwen.

Toen we weer uit elkaar gingen, gaven we elkaar een stevige hand. En we beloofden de jongen en het meisje om voor hen te bidden en een kaars aan te steken: licht.

 

PJ

Foto: B-trained: zonnebank in fitnesscentrum Zeilbergse kerk