Zout en licht

5 februari 2017

Jaar A, 5e zondag door het jaar, 5 februari 2017
Jesaja 58, 7-10, 1 korintiërs 2, 1-5 en Matteüs 5, 13-16

Sinds begin van de week zit ik op Facebook. Dat is een hele ervaring. Er ging een wereld voor me open. Alsof ik – om met de woorden van het evangelie te spreken – de korenmaat die over de lamp stond, wegnam en het licht volop kon schijnen. Of dit ook het ‘licht der wereld’ is waarover Jezus spreekt, weet ik niet. Maar ik denk dat het een goed kanaal kan zijn om veel mensen te bereiken, ook wie niet zo gauw naar de kerk zullen komen, om de mens achter de pastor te laten zien en tegelijk ook – nog meer dan op een website – te laten zien waarmee ik als pastor en waarmee de parochie bezig is. De drempel is laag. En wat me vooral motiveert is de interactie. Doorgaans hoor ik nooit zoveel over wat men van een overweging of activiteiten vindt. ‘Likes’ zijn leuk, maar ook kritische reacties zijn welkom.

Je zou dus kunnen zeggen dat ik het licht heb gezien, of dat ik een manier heb ontdekt om wat meer licht of zout te zijn voor anderen en zij weer voor mij.

Afgelopen week waren er zo’n 120 jongeren van het Hub van Doornecollege in de Grote Kerk op bezoek. Zij kregen een rondleiding door de kerk en over de gewelven en mochten diaken Bart Jansen het hemd van het lijf vragen over alles wat met geloof, kerk- en pastorzijn te maken heeft. Dat deden ze volop. Bart vertelde hun over de evangelielezing van vandaag en vroeg aan de jongelui: “Wat betekent dat nou: zout der aarde zijn?” Een van de jongeren antwoordde: “Niet zo flauw zijn.” Dat is precies in de roos. Niet zo flauw zijn, niet kniezen, je niet verstoppen, maar volop leven, smaak en licht geven aan de wereld, ook al lijkt die wereld soms zo donker en somber bij alles wat er gebeurt en de onzekerheid over wat ons nog meer te wachten staat.

Misschien is het daarom maar goed dat we vandaag opgeroepen worden ons niet te laten meeslepen en niet flauw te zijn. “Gij zijt het zout der aarde en het licht der wereld,” zegt Jezus. Het mag als een bemoediging verstaan worden.

In het bekende boek van Antoine de Saint-Exupéry, bezoekt de kleine prins, verschillende planeten. Hij vertelt dan:

“De vijfde planeet was heel bijzonder. Het was de kleinste van allemaal. Er was maar net genoeg ruimte voor een lantaarn en een lantaarnopsteker. De kleine prins begreep maar niet waarvoor een lantaarn en een opsteker wel konden dienen, ergens in het luchtruim op een planeet zonder huis of bevolking. Maar toch zei hij tegen zichzelf: “Die lantaarnopsteker is misschien wel dwaas, maar toch altijd minder dwaas dan de koning, de ijdeltuit, de zakenman of de dronkaard. Zijn werk heeft tenminste zin. Wanneer hij zijn lantaarn aansteekt, maakt hij als het ware een nieuwe ster of een bloem. Als hij zijn lantaarn dooft, slaapt de bloem of de ster in. Het is een mooie bezigheid – en ook werkelijk nuttig, omdat het zo mooi is.”
(…)
Terwijl het prinsje verder reisde, bedacht hij dat alle anderen op die lantaarnopsteker neer zouden kijken (…). “En toch is hij de enige die ik niet belachelijk vind. Misschien omdat hij zich met andere dingen dan met zichzelf bezighoudt.”
Hij zuchtte van spijt en zei tot zichzelf: “Dit is de enige waarmee ik bevriend had kunnen raken. Maar zijn planeet is echt te klein. We hadden er nooit met zijn tweeën kunnen wonen…”

Antoine de Saint-Exupéry, ‘De kleine prins’, hoofstuk XIV

 

Dat de lantaarnopsteker zich met andere dingen dan met zichzelf bezighoudt… dat is wat de kleine prins raakt. De lichtbrenger straalt daar zelf licht uit. Licht dat uitstraalt kun je niet voor jezelf houden, het verlicht ook altijd anderen. Dat is het mooie van licht.

Hoe je licht kunt zijn voor een ander staat in de eerste lezing mooi verwoord: “Keer u niet af van uw medemensen.” Toenadering tot de ander, aandacht voor elkaar, daar blijft het altijd weer om gaan. Soms denk ik met wat weemoed terug aan de tijd dat Barack Obama nog president van de Verenigde Staten was. Of hij het goed, slecht of middelmatig heeft gedaan laat ik graag in het midden, maar hij had toch wel zeer inspirerende toespraken. Zo zei hij ooit:

‘De politieke debatten zijn soms zo gepolariseerd. En we zijn soms geneigd enkel te luisteren naar meningen die onze vooroordelen versterken. In die omstandigheden is het nuttig terug te keren tot de Schriften om ons eraan te herinneren dat niemand alle antwoorden heeft.’

Niemand heeft alle antwoorden. En niemand heeft de volle waarheid in pacht. Alleen waar mensen echt samen proberen te leven, in het gewone leven of op Facebook of andere social media, met alle verschillen die er zijn, kunnen we smaak geven aan elkaar, het licht der wereld laten stralen als de dageraad, die de zon brengt en het donker doet verdwijnen.

 

PJ